Bandenspanning voor vakantie: zo controleer je die goed

Hand controleert de bandenspanning van een grijze auto voor vertrek op vakantie

Leestijd: 5 minuten

Een volle kofferbak, extra passagiers en honderden snelwegkilometers vragen meer van je banden dan een gewone rit naar kantoor. De bandenspanning voor vakantie controleren is daarom een kleine voorbereiding met direct effect op grip, remgedrag, slijtage en verbruik.

Gebruik de waarde van de voertuigfabrikant

De juiste spanning staat meestal op een sticker in de deurstijl, aan de binnenkant van het tankklepje of in het instructieboekje. Gebruik niet het grote maximale getal op de zijwand van de band als normale advieswaarde. Dat getal beschrijft de band, niet de juiste instelling voor jouw auto en belading.

Het RDW APK-handboek gaat uit van de door de voertuigfabrikant voorgeschreven spanning. Staat er een aparte waarde voor volle belading of hoge snelheid, volg dan de instructie van jouw fabrikant.

Meet bij koude banden

Meet bij voorkeur voordat je een langere afstand hebt gereden. Tijdens het rijden warmt de band op en stijgt de gemeten druk. Een warme meting kan daardoor de indruk geven dat alles klopt, terwijl de koude uitgangswaarde te laag was.

Moet je eerst naar een pomp rijden, houd de rit dan kort en rustig en controleer later opnieuw bij koude banden. Laat geen lucht ontsnappen uit een warme band alleen om het koude adviesgetal te bereiken.

Houd rekening met volle belading

Een auto met vier inzittenden, bagage en eventueel een dakkoffer is zwaarder belast. Sommige fabrikanten geven daarvoor een hogere advieswaarde. Controleer altijd de tabel voor jouw bandenmaat en as. Voor- en achterbanden kunnen verschillende waarden hebben.

Na de vakantie kun je de spanning terugzetten naar de waarde voor normale belading als de fabrikant dat voorschrijft. Controleer dan opnieuw wanneer de banden koud zijn.

Vertrouw niet alleen op het TPMS-lampje

Een bandenspanningswaarschuwingssysteem is nuttig, maar geen vervanging voor meten. Milieu Centraal wijst erop dat veel systemen pas waarschuwen bij een duidelijke onderspanning. Kijk bovendien naar beschadigingen, scheurtjes, bobbels en opvallende slijtage.

De RDW-veiligheidstips adviseren de spanning regelmatig te controleren en noemen ook de wettelijke minimale profieldiepte van 1,6 millimeter. Voor een lange reis is het verstandig niet tot de APK te wachten als een band twijfel oproept.

Zo meet je in vijf rustige stappen

  1. Zoek de fabriekstabel en kies de rij voor jouw bandenmaat en belading.
  2. Verwijder het ventieldopje en plaats de meter recht op het ventiel.
  3. Lees de druk af en voeg zo nodig lucht toe.
  4. Controleer alle vier banden en, als aanwezig, het reservewiel.
  5. Plaats de dopjes terug en reset TPMS alleen volgens de handleiding.

Wil je onderweg zelfstandig kunnen nameten, dan kan een compacte digitale autobandenpomp praktisch zijn. Gebruik ook daarmee altijd de waarde uit de voertuigdocumentatie; de pomp bepaalt de juiste druk niet voor je.

Wanneer laat je een band controleren?

Loopt één band telkens sneller leeg dan de rest, zie je schade of blijft een waarschuwingslamp branden, laat de band dan beoordelen door een vakbedrijf. Steeds bijpompen zonder oorzaakonderzoek is geen betrouwbare voorbereiding op een lange route.

Kort samengevat

Controleer de bandenspanning vóór vakantie bij koude banden, met de fabriekswaarde voor jouw bandenmaat en belading. Meet alle banden, kijk tegelijk naar profiel en schade en zoek hulp wanneer één band afwijkend gedrag vertoont.

Hoofdbronnen

0 reacties

Reactie plaatsen

Let op: Reacties worden pas na goedkeuring gepubliceerd.