Veilig rijden in tunnels tijdens een roadtrip

Grijze auto nadert een verlichte tunnel door een groen berglandschap

Leestijd: 4 minuten

Lange tunnels voelen overzichtelijk, maar laten weinig ruimte voor uitwijken. Wie vóór de ingang verlichting, brandstof en afstand op orde heeft, rijdt rustiger naar binnen.

Zet dimlicht aan

Controleer vóór de tunnel of dimlicht én achterlichten branden. Een automatische dagstand schakelt niet altijd de achterlichten in. Zet zonnebril af, sluit ramen bij slechte lucht en volg matrixborden en verkeerslichten.

Houd extra afstand

Rijd gelijkmatig en houd voldoende afstand tot je voorganger. Kijk naar de afstandsmarkeringen wanneer die aanwezig zijn. Stop alleen bij nood en keer of rijd nooit achteruit in een tunnel.

Bij file: ruimte en motor uit

Zet alarmlichten aan wanneer verkeer plots stilstaat. Houd afstand zodat hulpdiensten kunnen manoeuvreren. Zet bij langere stilstand de motor uit, blijf in de auto met gordel om en luister naar omroep of radio-instructies.

Bij pech

Probeer een pechhaven te bereiken. Lukt dat niet, zet de auto zo ver mogelijk rechts, schakel alarmlichten in, draag een veiligheidshesje en ga via de veilige zijde naar een noodpost. Gebruik daar de tunneltelefoon: de verkeerscentrale ziet meteen waar je bent.

Bij rook of brand

Laat bij brand de sleutel in de auto, neem alleen mensen mee en volg de vluchtwegaanduiding naar de dichtstbijzijnde nooduitgang. Keer niet terug voor bagage. Rijkswaterstaat legt uit wat te doen bij file, pech, ongeval of brand.

Korte tunnelcheck

  • Voldoende brandstof of acculading.
  • Dimlicht en achterlichten aan.
  • Radio en navigatie hoorbaar.
  • Geen losse spullen in het interieur.

Volg altijd de aanwijzingen van tunnelbeheerder en hulpdiensten. Rustig rijden en ruimte bewaren zijn je belangrijkste hulpmiddelen.

0 reacties

Reactie plaatsen

Let op: Reacties worden pas na goedkeuring gepubliceerd.